Nieuws
Van de wortels van het verleden tot de vruchten van de toekomst
Claude de Villenfagne de Vogelsanck is vader van 9 kinderen, grootvader van 29 kleinkinderen, doctor in de rechten, licentiaat Zuivere economische wetenschappen en assistent van professor Dupriez. Hij maakt carrière in de bankwereld en wordt directeur-generaal van de spaarbank Anhyp tot 1997. Daarna richt hij zijn eigen consultancybedrijf op en creëert hij een model voor bedrijfsontwikkeling. Hij levert een aanzienlijke bijdrage aan de oprichting van de IFFD (International Federation for Family Development), die intussen adviseur van de Verenigde Naties geworden is, en helpt ook bij de oprichting van een school die momenteel 440 leerlingen telt.
Philippe de Potesta: Kunt u ons vertellen welke waarden belangrijk zijn om door te geven aan onze kleinkinderen en zijn er momenten of activiteiten die bijzonder geschikt zijn om deze overdrachten te bespreken?
Het is aan de ouders om hun kinderen op te voeden op lichamelijk vlak (beweging), op intellectueel vlak (onderwijs) en op spiritueel vlak (ontwikkeling van de wil, leren liefhebben), zodat zij later vrij kunnen kiezen voor het goede en het schone in het leven dat hen te wachten staat. Ouders beschikken van nature over een instinct om hun kinderen te begeleiden in hun groei, maar kunnen soms op hun grenzen botsen als zij deze begeleiding niet aanvullen met een grondige vorming en eventueel hulp op verschillende opvoedingsdomeinen. Het gaat om ondersteunende tussenpersonen die zij zelf kiezen en waarop zij kunnen terugvallen: leerkrachten, artsen, opvoeders, enz.
Grootouders kunnen daarin ook een bijdrage leveren, omdat zij minder betrokken zijn bij het dagelijkse leven, maar wel op voorwaarde dat zij goed afstemmen met de ouders en bewust waarden doorgeven.
En al weet men welke waarden men wil overdragen, toch is het minder evident om daarvoor het juiste moment te kiezen en de manier waarop dit moet gebeuren.
Het is belangrijk het temperament van de kinderen die men aanspreekt te kennen (primair of secundair temperament) en te beseffen dat het aanleren van bepaalde deugden verbonden is aan een specifieke leeftijd en aangepaste methodes.
Een kind orde aanleren gebeurt rond de leeftijd van 2 jaar door het gedurende enkele weken ’s avonds zijn speelgoed op een bepaalde manier te laten opruimen. Een geduldige oma kan daarbij helpen!
Een ander voorbeeld: tussen 7 en 11 jaar vindt een kind het leuk om vrijgevig te zijn, te helpen en anderen van dienst te zijn. Door dit te stimuleren, verloopt de overgang naar de puberteit gemakkelijker, omdat de bekommernis voor de ander de neiging om enkel met zichzelf bezig te zijn zal compenseren.
Zonder een opsomming te willen maken, zijn er toch een aantal kernwaarden die veel andere waarden mee in beweging zullen zetten :De wil ontwikkelen of leren liefhebben: zichzelf liefhebben, de ander liefhebben, leergierig willen zijn, bereid zijn inspanningen te leveren om een bepaald doel te bereiken.
Het ontwikkelen van vrijgevigheid, ondersteund door rechtvaardigheid (ieder geven wat hem/haar toekomt), voorzichtigheid (de juiste middelen gebruiken om een doel te bereiken), kracht (volharding in het nastreven van het goede) en matigheid (helpt om te weerstaan aan verleidingen en verslavingen).
Hoe geef je die waarden door aan de volgende generaties? Ongetwijfeld door het goede voorbeeld te tonen, want door navolging kan men zich de getoonde waarde toe-eigenen. Maar ook door bijzondere momenten te creëren.
Gedurende meerdere jaren hebben wij zes tot tien kleinkinderen, vanaf 12 jaar, een week mee op reis genomen in Frankrijk, zonder de ouders. Wij gaven hen op voorhand het programma en iedereen bereidde een bezoek of een activiteit voor, in overleg met de andere reisgenoten.
Tijdens de reis spreken wij een dagindeling af, die door iedereen probleemloos gerespecteerd wordt. Ontbijt om 8 uur (tot grote verbazing van de ouders), vertrek om 8u30 voor culturele activiteiten. Een bezoek aan een kasteel van de Loire, geleid door wie het heeft voorbereid, een wandeling of een fietstocht, ’s middags het Angelus, een kort gebed om de Heer te danken voor alles wat wij ontvangen, gevolgd door een picknick; in de namiddag sportieve activiteiten. Avondmaal in het hotel. Tijdens dit avondmaal krijgt iedereen het woord om te vertellen wat hij/zij die dag het leukste vond; daarna worden de geplande activiteiten van de volgende dag voorgesteld door wie die voorbereid heeft. Dan spelen wij een spel waarbij iedereen de naam trekt van iemand aan wie hij de volgende dag bijzondere aandacht zal besteden, zonder dat die persoon het weet (het “pindanootje-spel”). Dit zorgt de hele dag lang door een heerlijke sfeer.
Op deze wijze worden de verschillende waarden eerder door concrete handelingen dan door lange toespraken doorgegeven. Enkele weken na de reis ontvangen wij dan een klein fotoalbum met grappige commentaren van onze kleinkinderen, over de opgedane ervaringen.
Op een eenvoudiger niveau organiseren wij ook soireetjes van 19 tot 21 uur, waaraan de oudste kleinkinderen die dat wensen kunnen deelnemen: een eenvoudige maaltijd, iedereen vertelt over recente gebeurtenissen, geeft zijn visie in verband met een politieke situatie, het bedrijf waarin hij/zij werkt, of de interessante en de moeilijkste aspecten van zijn/haar studies. Wij kunnen aanmoedigen, bepaalde denkwijzen of acties van commentaar voorzien, waarderingen uitspreken en ervaringen doorgeven. Het zijn momenten van geluk die je moet koesteren!

